Over loon praten blijft taboe: amper één op vier bespreekt het met collega’s
Hun loonbrief blijkt voor bijna de helft van de Belgische werknemers (48%) een ingewikkeld document. Eén op de vijf (21%) begrijpt er nauwelijks iets van, terwijl slechts iets meer dan een derde (36%) alle onderdelen goed begrijpt. Dat blijkt uit recent onderzoek van Tempo-Team in samenwerking met prof. dr. Anja Van den Broeck (KU Leuven).
Die onduidelijkheid is niet zo verwonderlijk: ruim de helft van de werknemers (57%) kreeg nog nooit uitleg over de loonbrief, terwijl 42% daar wel expliciet behoefte aan heeft.
Vooral jongeren vinden hun loonbrief complex
Bruto, netto, toeslagen, premies, voordelen in natura, fiscale inhoudingen, sociale bijdragen… Voor veel werknemers blijft de loonbrief een kluwen van termen en cijfers. Bijna de helft (48%) noemt het document ingewikkeld. Opvallend: hoe jonger de werknemer, hoe vaker dat gevoel leeft.
Terwijl 34% van de 55-plussers hun loonbrief complex vindt, loopt dat bij werknemers jonger dan 35 jaar op tot 54%.
Volgens prof. dr. Van den Broeck kan meer uitleg zorgen voor meer transparantie en begrip:
Veel werknemers controleren hun loonbrief, en vinden ook effectief fouten
Zes op de tien werknemers (60%) controleren meestal tot altijd of hun loonbrief correct is. Een vijfde doet dit soms, terwijl 20% hun loonbrief zelden of nooit nakijkt. Toch blijkt die controle geen overbodige luxe: ruim vier op de tien werknemers (41%) ontdekten al minstens één fout op hun loonbrief, soms zelfs meerdere keren.
Prof. dr. Van den Broeck wijst op de paradox:
“De helft van de werknemers vindt hun loonbrief ingewikkeld of onleesbaar, en toch controleren velen hun loonbrief en ontdekken ze fouten. Dat ondermijnt het vertrouwen en het gevoel van waardering. Nochtans is bewezen dat transparantie en rechtvaardigheid rond loon een positieve invloed hebben op het werkplezier.”
Praten over loon blijft taboe, al zijn jongeren iets opener
Hoewel loon voor 85% van de werknemers een relevant gespreksonderwerp is, blijft het op de werkvloer vaak een taboe. In één op de drie organisaties (33%) wordt er expliciet niet over salaris gesproken. Slechts 23% van de werknemers praat over zijn of haar loon met directe collega’s.
Jongere werknemers zijn iets minder terughoudend:
- 26% van de min 35-jarigen bespreekt loon met collega’s
- 22% bij 35- tot 54-jarigen
- 19% bij 55-plussers
Met wie spreken Belgen over hun loon? (Top 5)
- Partner – 55%
- Ouders – 28%
- Vrienden – 24%
- Directe collega’s – 23%
- Broers of zussen – 15%
De terughoudendheid geldt ook richting management: slechts 15% weet wat het management verdient en voor bijna de helft van de werknemers (48%) is er weinig tot geen ruimte om met de leidinggevende over loon te praten. Bij vrouwen loopt dat zelfs op tot 54%, tegenover 43% bij mannen.
Slechts één op de drie werknemers (35%) heeft ooit onderhandeld over zijn of haar loon. Ook hier zijn mannen actiever (42%) dan vrouwen (28%).
Tevreden, maar niet altijd overtuigd van de rechtvaardigheid
Hoewel bijna drie kwart van de werknemers over het algemeen tevreden is over zijn loon, vindt slechts 67% het loon rechtvaardig in vergelijking met dat van anderen. De helft zegt bovendien dat het loon niet in verhouding staat tot de geleverde inspanningen. Opvallend: slechts 13% pleit voor meer transparantie over wat collega’s verdienen.
Volgens prof. dr. Van den Broeck ligt hier een duidelijke opdracht voor werkgevers:
“Werkgevers hebben veel te winnen bij betere communicatie over verloning. Het gaat niet alleen om een duidelijkere loonbrief, maar ook om het creëren van een open bedrijfscultuur waarin gesprekken over loon mogelijk zijn. Loon is emotie. Transparantie zonder context creëert wantrouwen. Echte transparantie draait niet om cijfers delen, maar om betekenis geven. Mensen willen voelen dat hun verloning rechtvaardig is, en dat vraagt uitleg, geen tabellen.”
Over het onderzoek
Dit blijkt uit een onderzoek uit 2025 van Tempo-Team, in samenwerking met prof. dr. Anja Van den Broeck, arbeidsmotivatie-expert aan de KU Leuven. Het onderzoek werd uitgevoerd bij een representatieve steekproef van 2.000 Belgische werknemers door een onafhankelijk onderzoeksbureau.
De maximale foutenmarge bedraagt 2,08%.
Bron Tempo team

